De taken van de provinciale commando’s zijn divers :

1. De vertaling van de politiek, hierbij rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden.

Binnen het algemene plan worden de prioriteiten bepaald en de beschikbare middelen verdeeld onder de verschillende ondereenheden.

De strategische analyses gebruiken die zijn uitgewerkt op federaal niveau.

2. De politiek uitvoeren (plannen, uitvoeren, opvolgen en het gebruik van de middelen aanpassen) in de drie volgende domeinen :

- Beheer van het personeel waaronder :

  • Het beheer van het eigen personeel en van dat van de ondereenheden.
  • De verdeling van de middelen tussen de verschillende ondereenheden.
  • Het opsporen van de vormingsbehoeften.
  • Het organiseren van de interne en externe vormingen in samenwerking met de scholen (gecentraliseerd of gedecentraliseerd).
  • Het onderhouden van de betrekkingen met de vakorganisaties voor de problemen verbonden met de eenheid of ondereenheden.

- Logistiek beheer waaronder :

  • Het beheer van het eigen materiaal en dat van de ondereenheden.
  • De verdeling van de logistieke middelen tussen de verschillende ondereenheden.
  • De deelname aan de evaluatiecommissies van het materiaal.

 - Budgetbeheer waaronder :

  • Het beheer van de eigen budgettaire middelen en die van de ondereenheden.
  • De verdeling van de budgettaire middelen tussen de verschillende ondereenheden.
3. Het afhandelen van de steunaanvragen en het toekennen van de steun in functie van de prioriteiten en de beschikbaarheid van de middelen.
 
4. Het in werking stellen van :
  • De projecten en/of plannen van het federaal niveau.
  • De actieplannen op gedecentraliseerd niveau.
  • De richtlijnen, onderrichtingen, enz.
  • De standaarden.
  • De vorderingen.

 5. Leiden, beheren en coördineren van :

  • De tussenkomsten.
  • De activiteiten in de domeinen verkeer en gerechtelijk.
  • De opdrachten van openbare orde.
  • De escortes.

 6. Het sensibiliseren en vormen van het eerstelijnspolitie.

7. De nodige technische en organisatorische middelen ter beschikking stellen van het personeel.

8. Rekenschap afleggen aan het hogere niveau.