1. Toezicht

  • De weggebruiker geruststellen en opvoeden.
  • De verkeersregels doen naleven.opdr verkeersposten 01
  • Indien nodig de inbreuken beteugelen.

2. Verkeersregeling:

  • In plaats stelling van regelingsdispositieven in geval van incidenten (omleidingen, afbakening, enz…)

3. Vaststellen van verkeersongevallen:

  • Vaststellen.
  • Hulp aan de slachtoffers.

4. Algemene bijstand aan de weggebruikers

  • Panne.
  • Reisweg.
  • Enz.

5. Gerechtelijke tussenkomsten.

6. Wegeninformatie.

7. Weersinformatie.

8. Operationele steun aan de lokale politiezones in functie van de specifieke middelen Wegpolitie

9. Handhaven en herstellen van de openbare orde op het bevoegdheidsgebied en in het bijzonder het uitvoeren van escortes :

  • Inzake verkeer.opdr verkeersposten 02
  • Van VIP.
  • Van uitzonderlijke transporten.
  • Van wielerwedstrijden.

10. Uitvoeren van de actieplannen inzake verkeer en gerechtelijke politie.